Zo komt er van inburgering (n)iets terecht (column)

Wat kan je, als je een taal op A2-niveau beheerst? Dat is namelijk het eindniveau van inburgering in Nederland. Je bent dan een basisgebruiker.

Het is onmogelijk om over waarden en normen te spreken in een taal die je op A2-niveau beheerst. Maatschappelijke participatie begint wel met taal, maar daarmee ben je er nog lang niet. Inburgering zou immers ook moeten gaan over democratisch bewustzijn, medezeggenschap, mondigheid, reflectie over verschillende waarden, verantwoordelijkheid, nationale feestdagen, meervoudige loyaliteit, opvoeden in een dubbele context, interculturele communicatie, omgaan met diversiteit. Het gaat over diep gevoelde dilemma’s in een mensenleven. Het gaat over ontworteld zijn en een nieuw bestaan opbouwen. In de inburgeringsles leer je alleen maar hoe Nederland in elkaar zit. Er is geen dialoog, geen belangstelling voor waar je vandaan komt en welke spanningen je ervaart met de manier waarop je zelf bent opgegroeid. Je kunt over Nederland leren, maar je leert geen Nederlander te worden. Als het lukt haal je je toetsen, maar je bent geen stap verder gekomen in je integratie. En zo komt er van inburgering niets terecht.

Het kan anders. We zijn állen gebaat bij een veel beter inburgeringsonderwijs. Laten we het opnieuw ontwerpen met alle pedagogische kennis die we hebben.

>> Lees de volledige column op Sociaalweb hier <<

 

More

Taal van essentieel belang voor participatie

Het spreken van de taal van het land waarin je woont is essentieel voor participatie en zelfredzaamheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit een belangrijk onderdeel vormt van inburgeringsonderwijs.

Onderzoekers onderscheiden grofweg twee manieren om taal te leren. Het theoretisch uitgangspunt is daarbij verschillend en dat geldt ook voor de ontwerppincipes van het onderwijs, de doelen, de toetsing en de samenhang met inburgering.

Op deze poster (t.g.v. de European Conference on Developmental Psychology, 2017) wordt uiteengezet wat de verschillen zijn tussen reguliere inburgeringscursussen en participatieve cursussen, met vrouwelijke niet-westerse migranten in Nederland, Denemarken en Zweden, die geen ervaring hadden met formeel onderwijs. Hun levensloop was fundamenteel anders dan de levensloop die in Europese landen gangbaar is. Zij blokkeerden in het traditioneel taalonderwijs en gingen juist vooruit in de participatieve cursus.

Meer weten over de twee soorten taal/inburgeringsonderwijs? Klik op het miniatuur om de volledige poster te openen (pdf/ Engels).

 

More

Luisteren naar opvoedverhalen van vrouwelijke migranten

Yamina Akachar

Om een beeld te krijgen van de opvoedvragen die spelen onder vrouwelijke migranten, is Stichting Opvoeden.nl betrokken bij de uitvoering van Themis bij welzijnsinstelling Xtra in Den Haag. Hier zijn 12 (inmiddels 15) Marokkaanse vrouwen begonnen om dit jaar onder begeleiding opvoedvragen- en ervaringen met elkaar te delen. Yamina Akachar begeleidt deze vrouwen.

Klik hier voor het interview en de tussenrapportage.

More

Progress in proficiency and participation: an adult learning approach to support social integration of migrants in Western societies

Dit boek is een weergave van diverse lezingen en workshops tijdens een congres over Linguistic Integration of Adult Migrants (Raad van Europa, Straatsburg, 2016).

Wij beschrijven aan de hand van de Themis-methode welke ontwerpprincipes aan inburgeringsonderwijs (m.n. voor deelnemers zonder opleiding) ten grondslag liggen.

Hoofdstuk 4, p. 201-206

Engelse samenvatting:

Educational courses that exist to support migrants in their efforts to participate in a host society should be properly designed with pedagogical expertise. In this paper, we clarify basic principles of adult learning, using the Themis method as an example. Instead of a fixed curriculum which aims to teach dominant and stereotypical cultural habits, a participatory approach fosters the development of new kinds of awareness and new ways of coping with the differences between cultures, and leads to more profound results in terms of self-confidence, participation, empowerment and language proficiency.

Christa Nieuwboer & Rogier van ’t Rood

> Link naar het hoofdstuk (Open Access)

Referentie:

Nieuwboer, C.C. & Rood van’t, R. Progress in proficiency and participation. An adult learning approach to support social integration of migrants in western societies. In: Beacco, J.-C., Little, D., Krumm, H.-J. and Thalgott, Ph. (eds.) (2017), The Linguistic Integration of Adult Migrants: Some Lessons from Research. Berlin: De Gruyter Mouton in cooperation with the  Council of Europe.

https://www.degruyter.com/viewbooktoc/product/472830

More

Het Themis Handboek (NL)

Het Themis-IDEAL Handboek (2017) beschrijft gedetailleerd:

  • het belang, de achtergrond en de methodologie van Themis;
  • de implementatievoorwaarden, kenmerken van de doelgroepen, en kansen en beperkingen van de benadering;
  • de benodigdheden en aanbevelingen om de methode toe te passen in volwassenenonderwijs voor de doelgroepen in Europa, zodat het aangepast kan worden aan lokale omstandigheden en context;
  • nuttige voorbeelden van situaties in de bijeenkomsten;
  • de noodzakelijke competenties en attitudes van de Themis-begeleiders;
  • voortgangs-/onderzoeksinstrumenten;
  • adviezen over aanvullende en vervolg-activiteiten.

Download het Handboek via de Pagina Publicaties.

More

Lessen uit Themisgroepen: 5) Integraal werken

Tegenwoordig horen we veel over Integraal werken in de wijk. Er zijn zó veel programma’s en interventies, dat het soms moeilijk is om te weten wat bij wie toegepast moet worden. Daarom wordt er meer verbinding gezocht tussen professionals.

Naar aanleiding van het onderzoek bij Themis gaan wij graag nog een stap verder en zetten de burger echt centraal.

Bij Themis investeert een welzijnsorganisatie een jaar lang in een intensieve relatie tussen de begeleider en de deelnemers, ook onderling. Dat kost tijd (350 contacturen in een jaar*), maar wat levert het op?

  • een sterke vertrouwensband tussen begeleider en deelnemers
  • diep inzicht in de problematiek die de deelnemers bezighoudt
  • sterke onderlinge steun door het uitwisselen van (levens-)ervaringen
  • sociale activering door activiteiten en excursies in de wijk
  • toeleiding naar passend vervolg: maatwerk!

Hiermee zijn een flink aantal algemeen werkzame factoren al ingezet.

*Gemiddeld € 1.750-€2.000 per deelnemer

De begeleider van Themis is een sociaal werker, die goed op de hoogte is van de sociale kaart en die korte lijntjes heeft met andere professionals. Daarom past Themis in o.a. de taalketen, de zorgketen, de welzijnsketen. Je zou het kunnen beschouwen als de ‘missing link’ vóórdat mensen interventie-ontvankelijk zijn.

Bekijk hier alle vijf lessen uit Themisgroepen: 1) Onderzoek; 2) Kenmerken; 3) Ontwikkeling; 4) Taal; 5) Integraal werken

More

Lessen uit Themisgroepen: 4) Taal

De focus op het moeten leren van de Nederlandse taal is voor de deelnemers van Themis funest. Sommigen van hen hebben 7 jaar lang in een taalcursus gezeten en scoren nog steeds op A0 (zie ook de toetsen van Themis). Zij doen dus vooral faalervaringen op.

Als we kijken naar ruim 150 deelnemers van Themis dan valt op, dat zij divers/asynchroon scoren op taaltoetsen. Het luisteren zit bijvoorbeeld op B1-niveau, terwijl ze niet kunnen lezen of schrijven, ook niet in hun eigen taal.

De taal moeten leren is een enorme opgave voor mensen die nog andere onvervulde ontwikkelingsopgaven hebben en die nog niet kúnnen leren. Zij begrijpen de docent niet en de docent begrijpt hen niet. Daarnaast vindt het leren vaak klassikaal plaats, directief en in gemengde groepen. Vrouwen zullen dan hun mond nauwelijks open doen.

Dat is compleet anders in een Themisgroep, waar de begeleider het uitwisselen van (levens-)ervaringen altijd vóór de werkvormen laat gaan. Voor de deelnemers is dat vaak de eerste keer dat zij zelf honderduit kunnen praten èn dat zij andere oplossingen voor hun problemen horen – van elkaar. Bovendien gaat het bij de Themis-bijeenkomsten om de onderwerpen die voor hen relevant zijn, waardoor de taal spelenderwijs wordt aangeleerd:

  • Elkaar leren kennen/jezelf laten kennen
  • Roddel, pesten en verantwoordelijk omgaan met elkaar
  • Gezondheid
  • Sociale vaardigheden
  • Opvoeding

Lees hier een wetenschappelijk artikel over de methodiek.

Vaak wordt gezegd “Het begint met taal”. De ervaring met Themisgroepen is: het begint met zelfvertrouwen, gaat verder met taal en leidt toe tot actieve deelname aan de samenleving. Met andere woorden: taal is een middel en geen doel op zich.

Bekijk hier alle vijf lessen uit Themisgroepen: 1) Onderzoek; 2) Kenmerken; 3) Ontwikkeling; 4) Taal; 5) Integraal werken

More

Lessen uit Themisgroepen: 3) Ontwikkeling

Eén van de meest opvallende kenmerken van de deelnemers van Themis is dat zij zelf onvervulde ontwikkelingsbehoeften hebben.

Eén van de oorzaken is, dat zij geen onderwijs hebben genoten – meestal ook geen basisonderwijs. Dit wordt zichtbaar in de zelfportretten die zij tekenen. Sommigen houden voor het eerst een potlood vast.

Wat betekent dit?

Bij kinderen worden vaak diverse fases onderscheiden in hun ontwikkeling. Een indruk (naar Goudena, 1994):

  • 0-2 jaar: gehechtheid, fysiologische zelfregulatie, exploratie, individuatie
  • 2-4 jaar: omgaan met leeftijdgenoten, sekserol, internaliseren van maatschappelijke eisen, representatie van zichzelf
  • 4-12 jaar: acceptatie door leeftijdgenoten, decentratie, ijver
  • 12-16 jaar: emotionele zelfstandigheid, omgang met seksen, persoonlijke identiteit, waardensysteem

Parallel aan deze ontwikkelingsfasen lopen de opvoedingstaken. Opvoeders begeleiden kinderen op deze manier door steeds meer op autonomie en ontwikkeling te sturen richting de volgende fase.

De deelnemers aan Themis hebben moeite met termen als ‘ontwikkelen’, ‘veranderen’, ‘kiezen’. Zij dagen zichzelf niet uit, omdat ze geen betekenisvolle ervaringen hebben met leren. Zij zijn niet gestimuleerd door hun ouders, en hebben geen onderwijs gevolgd. Dat leidt er onder andere toe dat zij ook bij hun kinderen niet denken in termen van ontwikkeling. Voor zover zij hebben deelgenomen aan cursussen hebben zij vooral faalervaringen. Zij zijn dan ook vaak niet interventie-ontvankelijk.

Daarom is het zo belangrijk dat zij bij elkaar komen, zich in de ander kunnen herkennen, de begeleider begrijpen en zich begrepen voelen, en voor het eerst succeservaringen opdoen met leren.

Bekijk hier alle vijf lessen uit Themisgroepen: 1) Onderzoek; 2) Kenmerken; 3) Ontwikkeling; 4) Taal; 5) Integraal werken

More

Lessen uit Themisgroepen: 2) Kenmerken

Themis richt zich op kwetsbare inwoners van Nederland.

Kenmerken van de deelnemers die uit ons onderzoek naar voren komen zijn:

  • Vrouwen, 30-65 jaar oud, met een migratie-achtergrond*
  • Opleidingsniveau: geen basisonderwijs doorlopen
  • Participatieniveau 0 of 1 (zie de toetsen van Themis)
  • Asynchroon taalniveau (luisteren A0-B1; spreken A0-A2)
  • Weinig contact met Nederlanders
  • Vrijwel geen internetgebruik èn geen smartphonegebruik
  • Problemen in de gezinssituatie en het opvoeden
  • Een problematische opvoedgeschiedenis
  • Zeer jong getrouwd (13-15 jaar oud)
  • Geringe steun van de partner/echtgenoot
  • Klein netwerk, geringe sociale steun
  • Onvervulde ontwikkelingsopgaven
  • Gering zelfvertrouwen en leervermogen

In deze serie “lessen uit Themisgroepen” gaan we verder in op de gevolgen van deze kenmerken.

*Themis heeft vanaf 2001 vooral met vrouwengroepen gewerkt, maar de methodiek is ook inzetbaar voor andere groepen met een aantal van de genoemde kenmerken.

Bekijk hier alle vijf lessen uit Themisgroepen: 1) Onderzoek; 2) Kenmerken; 3) Ontwikkeling; 4) Taal; 5) Integraal werken

More

Lessen uit Themisgroepen: 1) Onderzoek

Begeleiders uit Themisgroepen doen zelf onderzoek binnen hun groep. Zij bouwen in de eerste 4-8 weken een vertrouwensband op met de deelnemers. Dat is niet zo ingewikkeld, want zij delen dezelfde taal en culturele achtergrond. De deelnemers vertellen dan ook al snel honderduit over hun levenservaringen.

Het onderzoek bestaat uit een individueel gesprek, waarin de nadere kennismaking tussen begeleider en deelnemer centraal staat. Vervolgens worden ook vragenlijsten afgenomen*. Deze worden zo nodig vertaald en toegelicht, aangezien de deelnemers vaak het Nederlands niet beheersen, soms helemaal niet kunnen lezen en ook niet digitaal vaardig zijn. De begeleider heeft ongeveer een uur nodig om het gesprek te voeren.

De begeleider vult ook wekelijks een evaluatieformulier in (in totaal plm. 40 x). Daarin wordt onder andere gevraagd naar een leerverhaal, waaruit een leerstap van een deelnemer blijkt. Is iemand tot een inzicht gekomen, heeft iemand een succesverhaal verteld, laat iemand nieuwe vaardigheden zien?

Een onafhankelijke onderzoeker (www.apparent-onderzoek.nl) analyseert vervolgens de data van de vragenlijsten en de leerverhalen (narratieven) om van daaruit conclusies te trekken en de Themismethode verder te versterken.

Het gaat hier dan ook om een combinatie van:

  • participatief onderzoek: in de groep, met de groep, over hun belevingswereld
  • actie-onderzoek: gaande het jaarprogramma worden zowel begeleider als deelnemers zich door de evaluaties bewust van de leerstappen die gezet zijn
  • praktijkgericht onderzoek: met behulp van de resultaten wordt de methode om te werken met de Themis-doelgroep verder verbeterd

In deze serie “lessen uit Themisgroepen” besteden we aandacht aan enkele bevindingen uit onderzoek bij ongeveer 150 deelnemers.

*voormeting in de eerste 8 weken, nameting in de laatste 8 weken van het jaarprogramma

Bekijk hier alle vijf lessen uit Themisgroepen: 1) Onderzoek; 2) Kenmerken; 3) Ontwikkeling; 4) Taal; 5) Integraal werken

More